Wandelen naar Monte Colmegnone en Panorama Piana delle Erbe… Vandaag trekken we de wandelschoenen aan voor een wandeling naar de top van de Monte Colmegnone. Hoe de dag start en hoe die zal eindigen, kunnen we nu al vertellen: met een glaasje prosecco! We vieren de 40e verjaardag van Liselotte, wat ook de aanleiding is van deze gezellige getaway met z’n tweetjes. Ja gezellig was het gisteren wel op het ontspannende boottochtje met Il Medeghino. Voor vanavond is er alvast een romantisch tafeltje bij Gatto Nero gereserveerd. Vanochtend klinken we aan de ontbijttafel van La Locanda del Cantiere op onze prille veertiger.
Die veertiger wil vandaag bewijzen dat haar conditie nog even goed is als gisteren en wil de bergen intrekken. We overwegen enkele opties en de keuze valt op Monte Colmegnone. Deze berg staat ook bekend als de Poncione di Laglio en behoort tot een bergketen achter Moltrasio, Carate Urio en Laglio. Monte Colmegnone bevindt zich in de eerste etappe van de Via dei Monti Lariani, een meerdaagse wandelroute die loopt van Cernobbio in het zuiden nabij Como en doorloopt tot Sorico aan de noordkant van het Comomeer.
De top van de Colmegnone ligt op zo’n 1383 meter boven zeeniveau en belooft een prachtig uitzicht over het centrale en zuidelijke deel van het Comomeer. Vanuit de omliggende dorpen Moltrasio, Carate Urio en Laglio starten verschillende wandelingen naar de top. Wij vertrekken vanuit ons hotel en sluiten aan op een uitgestippelde route die we online hebben gevonden en die officieel start aan Hotel Bersagliere in Laglio, meer bepaald in het gehucht Germanello.
In het hoger gelegen deel van Laglio (Germanello) wandelen we door de smalle straatjes en paadjes met zijn bescheiden huisjes. Verwacht hier geen prachtige villa’s, gastronomie aan het water of bloeiende wisteria. Langs de smalle doorgangetjes die van links naar rechts draaien bereiken we een wandelpad dat ons uit Laglio voert en recht de beboste bergflank laat inlopen. We passeren een bruggetje en laten de Torrente Caraello links van ons liggen. Dit bergriviertje stroomt vanop de bergflanken het Comomeer in. Bij hevige regenval zwelt het waterdebiet aan en dondert het water met brute kracht naar beneden. Om je een idee te geven wat de Torrente Caraello klaarspeelt, kijk je maar eens naar dit Youtube filmpje. In juli 2021 werden verschillende huizen in Laglio weggespoeld door modder- en rotsverschuivingen, vlak naast hotel La Locanda del Cantiere trouwens.
Het wandelpad gaat over in stenen trappen en verslindt hoogtemeters. Of we zijn de eerste wandelaars van het seizoen of de wandeling is niet zo populair, maar het is een beetje zoeken naar de juiste track. Bladeren bedekken het wandelpad. We volgen de rode stippen die ons naar enkele vervallen huizen en een kapelletje gidsen bij de ingang van de Monti di Germanello. Van hieruit gaan we links op en wandelen we enkele honderden meters verder naar een uitkijkpunt op de Torrente Caraello. Hier vind je trouwens ook een oude bron die uitkomt in een monolithisch bassin. Langs het smalle pad worden restanten van een verrotte houten leuning knullig met ijzerdraad bij elkaar gehouden. Een veilige indruk geeft het niet maar goed. De Torrente Caraello stroomt onschuldig voorbij maar de massaal uitgesleten rotspartijen en de grote bedding van de rivier doen beseffen welke natuurkrachten hier kunnen spelen.
We keren terug op onze stappen en volgen het wandelpad dat steeds hogerop gaat. Plots opent het bos even en hebben we een eerste uitzicht op het Comomeer met rechts van ons Carreno en Nesso. We drinken een slokje water en lopen een mysterieus aanvoelend berkenbos in. Vanaf hier wordt het zoeken naar blauwe stippen die her en der zijn aangebracht op bomen en stenen door een schilder die weliswaar zuinig te werk gegaan is met z’n verf. Het pad is best steil en door wortels en stenen wordt de ondergrond wat uitdagender. Aangepast schoeisel is dan ook een must-have! Balans tot hiertoe: weinig uitzicht, pover onderhoud en beperkte signalisatie.
We komen toe op een open grasvlakte, het Panorama dalla Piana delle Erbe. Wat een prachtig panoramisch balkon over het Comomeer! Hoog boven het water hebben we een fantastisch uitzicht over de lange arm van het Comomeer van Como tot Argegno. De balans slaat meteen om naar zeer positief. Recht voor ons ligt Pigra dat eenvoudig te herkennen is door de funivia die in rechte lijn naar boven loopt. We kijken op Brienno, Nesso en Monte San Primo. Watervliegtuigen vliegen in formatie onder ons door. We gaan er even bij zitten en eten onze lunch op in het warme zonnetje. De bergen rond het Comomeer verrassen ons keer op keer.
We stappen en klauteren verder door het hoge gras. De ene teek na de andere moeten we uit onze vel pitsen. Nog een laatste keer duiken we ’t bos in en dan rest de laatste etappe die langs de bergkam loopt met rechts en links prachtige uitzichten op de bergtoppen rondom. De boomgrens zijn we voorbij en het uitzicht is weids. In de verte zien we het kruis op de top van de Monte Colmegnone en twee wandelaars. De enige mensen die we tijdens deze wandeling kruisen.
We bereiken voldaan de top. Ongeveer 1.200 hoogtemeters hebben gestapt op een afstand van slechts 5 kilometer. Dat is een stevige portie klimmen.
Monte Colmegnone leek ons aanvankelijk ook toegankelijker met z’n eerder bescheiden hoogte in vergelijking met pakweg Monte Legnone. Je start aan de oevers van het Comomeer en vanaf dan loopt het steil naar boven langs de flanken van wat ooit een gletsjer was. Voorzie dus maar voldoende drinken en proviand en voorzie voldoende tijd om ook even te kunnen genieten.
We genieten van het fantastische uitzicht over de zuidelijke arm van het Comomeer omringd door de bergketens die wat wazig afgetekend worden door het heiige weer. Boven ons cirkelen er zweefvliegtuigen. Aan de andere kant ligt Rifugio Murelli en Agriturismo Roccolo San Bernardo net onder de top. Eventueel kan je hier altijd naar toe stappen en er even uitpuffen met een drankje.
Deze wandeling is een lus. We dalen en we duiken terug de beboste bergflanken in. What goes up must come down. Al gauw neemt de druk op de bovenbenen en tenen toe. Het gaat steil naar beneden en dat voelt toch een beetje oncomfortabel. We zijn zo gefocust op onze voeten dat we pardoes op een kudde wilde gemzen botsen. Die beestjes of camosci zijn wel tuk op de Monte Colmegnone: steile hellingen, rotsen, open graszones en weinig verstoring. Maar we spotten nog meer fauna: we zien drie slangen wegduiken tussen de rotspartijen. En als kers op de taart loopt beneden ons plots een everzwijn voorbij met drie kleintjes. We wapenen ons met een stok en een grote steen en wandelen behoedzaam verder.
Het wandelpad loopt over in stenen trappen en muurtjes, het zijn aangelegde paden die naar de Monti di Nar leiden, een oude bergnederzetting boven Laglio. Monti verwijst niet naar de berg maar naar seizoensgebonden bergboerderijen waar herders en boeren vroeger verbleven wanneer ze in de zomer met het vee naar hoger gelegen alpenweiden trokken zoals de Piana delle Erbe. Vandaag blijven er alleen vervallen hutten achter met ingestorte daken. Af en toe springt er toch een huisje in het oog dat opgeknapt werd door een geduldige eenzaat die zich graag afzondert. Petje af voor de mensen van toen die deze nederzetting en paden met de hand gebouwd hebben.
Het pad kronkelt verder naar beneden en we bereiken via Ticée -nog een gehuchtje van Laglio- en z’n dorpstuintjes opnieuw Germanello. Verdorie die tenen doen pijn: hoog tijd om deze wandeling te beëindigen. We hebben zo’n vier uur gewandeld, zonder natuurlijk onze genietstops mee te rekenen. En mag dat beloond worden? Jazeker! We vinden nog een plekje op het terras van Da Luciano en bestellen ons een welverdiende Aperol.





